Selecteer een pagina

HOLBEIN
Voor mei een rand in de Holbeinsteek of dubbele rijgsteek. Deze oude techniek dankt zijn naam aan de schilder Hans Holbein, omdat op enkele van zijn schilderijen minutieus geschilderde patronen in deze steek voorkomen.  Het kenmerkende van Holbeinwerk is dat het aan voor- en achterkant gelijk is.  Bij het maken van een Holbeinrand wordt in een heen- en teruggaande gang gewerkt.

Als het borduurwerk af is vormen de rijgsteken een aaneengesloten lijn. Om het verloop van de lijn goed te kunnen volgen, kan het werk tegen het licht worden gehouden (tegen het raam of voor een lamp). De steken aan de achterzijde zijn dan ook zichtbaar, en zo is na de eerste werkgang ook te zien of het patroon klopt.

Steek bij de teruggaande gang altijd onder de steek in en kom boven de volgende steek weer omhoog (zie tekening).
Andersom kan ook, maar houd één manier aan. Het borduurwerk wordt dan mooi regelmatig.

Aan- en afhechten is bij Holbeinwerk een uiterst precies punt. Het is de bedoeling ook de achterkant van het werk zo mooi mogelijk te maken. Rijg de einddraadjes hiervoor door enkele borduursteken. Er mag eventueel ook in de weefseldraden worden gestoken. Gebruik hiervoor een naald met een scherpe punt. Steek niet op één plaats heen en weer, maar rijg over een langer stukje één keer.

Dit patroon is natuurlijk ook te borduren in stiksteek.

Klik met de muis voor een groter plaatje.